Interview Marc Unger, bestuurslid Instituut voor Bouwrecht

Interview Marc Unger, bestuurslid Instituut voor Bouwrecht

Datum bericht: 1 juni 2026

‘Met het recht kun je ambities onderbouwen en bereikbaar maken’

Marc Unger is hoofd Inkoop en Contractmanagement bij het Rijksvastgoedbedrijf. Onlangs trad hij toe tot het bestuur van het Instituut voor Bouwrecht. In dit interview vertelt hij over zijn achtergrond, zijn visie op bouwrecht en zijn ambities als bestuurslid.

“Mijn loopbaan kent drie rode draden. De eerste is projectmanagement. Ik ben eigenlijk mijn hele werkzame leven projectmanager geweest, op projecten van uiteenlopende omvang. De meest aansprekende zijn Utrecht Centraal in mijn tijd bij ProRail, al vroeg in mijn loopbaan de aanleg van de vijfde baan op Schiphol en in mijn vorige functie bij het Rijksvastgoedbedrijf de renovatie van het Binnenhof. De tweede rode draad is inkoop en contractmanagement – de functie die ik nu vervul bij het Rijksvastgoedbedrijf en eerder bij ProRail en Schiphol Group. De derde is bestuur en management in bredere zin. In de afgelopen 25 jaar heb ik uiteenlopende bestuurs- en managementfuncties vervuld bij verschillende werkgevers, zowel privaat, als semipubliek, als publiek en advies- en bestuursfuncties bij diverse organisaties.”

Wat heb je met bouwrecht?

“Als civiel ingenieur heb ik altijd in het publieke domein gewerkt, waar je te maken hebt met specifieke regelgeving. Bij ProRail had ik bouwrecht en aanbestedingsrecht in mijn portefeuille. Het hoofd van die afdeling zei ooit: ‘Voor een ingenieur ben je geen slechte jurist.’ Dat beschouw ik als een compliment. Ik zie ook veel overeenkomsten tussen het werk van ingenieurs en juristen: beide disciplines proberen een logisch, consistent verhaal te bouwen op basis van een gedegen onderbouwing. Of je nu een berekening voor een gebouw maakt of een juridische basis legt: het vertrekpunt is hetzelfde.”

Waar zit voor jou de meerwaarde van bouwrecht in de praktijk?

“Ik zie die meerwaarde op twee niveaus. Allereerst als hygiëne: de juridische basis moet op orde zijn. Denk aan transparantie, proportionaliteit en gelijkheid binnen het aanbestedingsrecht. Als die basis goed geborgd is, loopt de uitvoering een stuk soepeler. Daarbovenop kun je het recht inzetten om hogere doelen te onderbouwen, om op een soms vernieuwende manier ambities te realiseren.

Een goed voorbeeld is de vernieuwing van de main contracts bij Schiphol Group, toen ik daar directeur Corporate Procurement was. We hebben destijds als onderdeel van de contracten gezamenlijke ambities verankerd op het gebied van duurzaamheid en technologie. We bouwden intrinsieke prikkels in: aannemers die goed presteerden op die ambities – en daarnaast voldeden aan enkele andere belangrijke KPI’s – kregen een groter deel van het projectenportfolio dat deels optioneel met het onderhoud was meegecontracteerd. Dat werkte heel goed.

Een ander voorbeeld is een ‘treintje’ van contracten dat het Rijksvastgoedbedrijf recentelijk in Den Haag heeft aanbesteed. Grote panden, met veel ambitie op onder andere duurzaamheid. Dat vraagt om een gezamenlijk ontwikkeltraject. We hebben de uitvoerende partijen daarom vroeg gecontracteerd, via early contracting, om met een tweefasenmethode de projecten gezamenlijk te ontwikkelen. Daarmee ontstaat ook ruimte om goed onderzoek te doen naar de kwaliteit van de te renoveren panden, als de gebruikers eruit zijn. Dat is eerlijker en kosteneffectiever dan alle onvoorziene risico’s vooraf bij de uitvoerende partijen neer te leggen.”

Waar liggen de grootste uitdagingen binnen het bouwrecht?

“Een belangrijke ontwikkeling is de recente herziening van algemene voorwaarden. De Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen (UAV-GC) zijn eind 2024 opnieuw vastgesteld en De Nieuwe Regeling (DNR) is afgelopen najaar herzien. In beide gevallen hebben de betrokken partijen, na een aanvankelijk langdurig proces, uiteindelijk pragmatisch gehandeld: vaststellen wat nu haalbaar is en periodiek updaten in plaats van eindeloos onderhandelen. Dat vind ik een mooie ontwikkeling.

De volgende vraag is wat er met de UAV gaat gebeuren. Die is verouderd, maar de meningen over aanpassing lopen nog uiteen. Professor Monica Chao-Duivis heeft nog niet zo lang geleden een ‘levenswerk’ over het verleden en de toekomst van de UAV gepubliceerd. Het zou mooi zijn als we de inzichten die dit document biedt nog goed kunnen gebruiken.

Daarnaast is er het omgevingsrecht. De nieuwe Omgevingswet moet zich nog in de praktijk uitkristalliseren. Kwesties als de stikstofproblematiek en netcongestie werken direct door in bouwprojecten. Nederland is goed in het stapelen van functies, maar dat maakt projecten ook complexer. Op juridisch vlak zie ik daar grote uitdagingen.”

Hoe ben je bij het IBR betrokken geraakt?

“Ik ben benaderd vanwege mijn brede ervaring in de sector. Mijn perspectief is nadrukkelijk dat van de praktijk. Ik ben geen wetenschapper, hoewel ik al jaren gastcolleges geef in Delft en Twente. Daarnaast breng ik het perspectief van de publieke opdrachtgever mee, vanuit verantwoordelijke posities bij semipublieke en publieke organisaties. Net als de andere bestuursleden voer ik de rol pro deo uit.”

Wat hoop je als bestuurslid te bereiken?

“Ik ben heel positief over het IBR. Ik vind het echt een relevant en gezaghebbend instituut. Het is gelukkig ook goed door de coronaperiode gekomen, maar er zijn altijd nieuwe uitdagingen. Zo biedt bijvoorbeeld de advocatuur steeds vaker zelf gratis cursussen aan, dus het IBR moet zich blijven onderscheiden met inhoudelijk hoogwaardige programma’s. Daarnaast volgen we de ontwikkelingen rondom de Europese aanbestedingsregelgeving nauwlettend. De Europese Commissie herziet de bovenliggende regelgeving en dat zal ook voor Nederland consequenties hebben in termen van duiding, onderzoek en opleidingen. Wat betreft het publieke debat over woningbouw of verduurzaming past het IBR gepaste terughoudendheid. Maar als het gaat om het recht – omgevingsrecht, algemene voorwaarden, aanbestedingsrecht – dan is het logisch dat het IBR publiceert en positie inneemt.”

Gerelateerde blogs