Onderzoeksprogramma samenwerkingsgericht aanbesteden en contracteren (OSAC)
In de bouwsector wordt al jaren gesproken over het verbeteren van ‘samenwerking’ als dé oplossing voor de uitdagingen waar de bouw voor staat. Beter samenwerken zou bijdragen aan het terugbrengen van faalkosten, vertragingen, inflexibiliteit, verlies aan werkplezier van werknemers en de oplossing zijn voor veel aansprakelijkheidsvraagstukken. Ook bouwrechtjuristen doen volop mee aan deze trend door de aandacht te vestigen op het juridisch operationaliseren van instrumenten die coöperatief gedrag van de bij een bouwproject betrokken actoren zouden kunnen faciliteren en zelfs stimuleren. In de sector is echter nog onvoldoende bekend (of systematisch onderbouwd) hoe die instrumenten in de aanbestedings- en contractuitvoeringsfase juridisch het best kunnen worden geoperationaliseerd om tot de gewenste effecten te leiden: die vraag lijkt zowel in de theorie als in de praktijk nog onvoldoende te zijn beantwoord. Het gaat hier bovendien om een vraag die zich niet leent voor beantwoording door juristen alleen: daar is ook expertise vanuit andere disciplines voor nodig.
Deze vraag noopte het Instituut voor Bouwrecht (IBR) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) tot een onderzoek naar de juridische operationalisering van op samenwerking gericht gedrag in de bouw (hierna: Onderzoeksprogramma samenwerkingsgericht aanbesteden en contracteren (OSAC))1. Dit onderzoeksprogramma maakt deel uit van een meeromvattend onderzoekskader naar juridisch administratieve kaders in de bouw.2 Onlangs is het eerste tussenresultaat van dit OSAC deelonderzoek verschenen: een working paper.3
Hieronder wordt kort toegelicht wat OSAC inhoudt en hoe een multidisciplinaire aanpak in interactie met de sector tot (de aanzet tot) een onderzoeksraamwerk heeft geleid.4
Onderzoeksprogramma samenwerkingsgericht aanbesteden en contracteren (OSAC) – het fundament is gelegd
OSAC en het onderzoeksraamwerk bieden een nieuwe, systematische en fundamentele, visie op de analyse van de juridische inbedding van instrumenten gericht op het faciliteren van samenwerking in de bouw.
Binnen het onderzoeksprogramma OSAC staat de analyse van bestaande juridisch operationaliseerbare instrumenten die beogen op samenwerking gericht gedrag in de bouwsector te bevorderen, centraal.
Instrumenten centraal
Wat is dan een instrument? Te denken valt aan de Project Start-Up (PSU) en de inzet van een samenwerkingscoach, maar ook aan mechanismen zoals de early warning clausule en uiteenlopende varianten van pain-gain sharing-regelingen.
Het onderzoek richt zich niet op de ontwikkeling van nieuwe samenwerkingsinstrumenten, maar op een systematische beoordeling van reeds bestaande instrumenten: welke daarvan blijken effectief, onder welke omstandigheden en om welke redenen. Op basis van die analyse worden aanbevelingen geformuleerd ter verbetering van de juridische vormgeving en implementatie van deze instrumenten, met het oog op een betere aansluiting van de juridische kaders bij de actuele en toekomstige behoeften van de Nederlandse bouwpraktijk.
Een eerste inventariserend literatuuronderzoek binnen het onderzoek wijst uit dat in de bestaande vak- en wetenschappelijke literatuur regelmatig stellige beweringen worden gedaan over de effectiviteit van bepaalde samenwerkingsinstrumenten. Bij nadere beschouwing blijken dergelijke beweringen echter vaak fragmentarisch onderbouwd, moeilijk verifieerbaar en onderling slecht vergelijkbaar. Dit is mede het gevolg van een gebrekkige beschrijving van de juridische inbedding van de instrumenten, het gebruik van uiteenlopende of gebrekkige definities en begrippen, het onvolledig (of in het geheel niet) in beschouwing nemen van de omstandigheden waarbinnen het instrument moet functioneren en een onvoldoende concretisering van de beoogde effecten.
Het OSAC-onderzoek onderscheidt zich van andere onderzoeken door een aanpak die beoogt deze lacunes te adresseren en de effectiviteit van samenwerkingsinstrumenten systematisch, eenduidig en in onderlinge samenhang te bestuderen. Daarmee is het doel van het onderzoek een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van juridisch verantwoorde, praktisch toepasbare en effectieve op samenwerking gerichte instrumenten binnen de bouwsector.
Een onderzoeksraamwerk als noodzakelijke tussenstap
In het recent verschenen working paper wordt als eerste tussenresultaat een onderzoeksraamwerk gepresenteerd. Dit raamwerk beoogt de werking van op samenwerkingsgedrag gerichte instrumenten te onderzoeken binnen de context waarin deze worden toegepast, teneinde onderbouwde uitspraken te kunnen doen over hun effectiviteit. Daarmee vormt het een noodzakelijke methodologische en conceptuele basis voor het systematisch en eenduidig analyseren en beoordelen van dergelijke instrumenten. Met het raamwerk wordt een fundament gelegd voor de nadere analyse van de bestudeerde instrumenten en het helpt om theorie en praktijk met elkaar te verbinden.
Het gerealiseerde onderzoeksraamwerk dient drie doelen. Ten eerste biedt het een gestructureerde methode om in kaart te brengen hoe een instrument functioneert en juridisch is vormgegeven, zodat een volledige en eenduidige beschrijving kan worden opgesteld. Ten tweede maakt het raamwerk inzichtelijk welke factoren bijdragen aan de effectiviteit van een instrument. Daarbij wordt de onderlinge samenhang onderzocht tussen drie dimensies: (1) de wijze waarop het instrument juridisch wordt geoperationaliseerd, (2) de doelstellingen die met het instrument worden nagestreefd, en (3) de context waarbinnen het instrument wordt toegepast.
Het raamwerk bestaat (derhalve) uit drie hoofdonderdelen: Het instrument, de doelen en de omstandigheden.
Verder bouwen aan een juridisch kader
Met de publicatie van het working paper is de eerste stap binnen dit onderzoek afgerond. De komende fase ziet op het daadwerkelijk analyseren en verbeteren van instrumenten, én tegelijkertijd het onderzoeksraamwerk zelf verder te verbeteren. De eerstvolgende stap daarbij is het systematisch in kaart brengen van een aantal instrumenten die in de bouwsector op samenwerking gericht gedrag kunnen stimuleren of faciliteren. De geïnventariseerde instrumenten worden bij die inventarisatie getoetst en geselecteerd op hun mate van volwassenheid en de verwachte effectiviteit. Instrumenten met het grootste potentiële effect worden (als eerste) nader onderzocht met behulp van het onderzoeksraamwerk. Elk onderzocht instrument wordt voorzien van een eerste, globale beschrijving, de (potentieel) beoogde doelstellingen en het veronderstelde effect.
Daarna volgt een diepgaandere bestudering van de meest veelbelovende instrumenten. De analyse richt zich op de juridische verankering, de doelstellingen, de verwachte effecten en de contextuele condities die bepalend zijn voor een succesvolle toepassing.
Ten slotte wordt het gebruik van de geselecteerde instrumenten gemonitord en geanalyseerd. De wijze waarop ze in specifieke projecten binnen Nederlandse bouwprojecten zijn toegepast wordt m.b.v. caseonderzoek geanalyseerd. Deze praktijkonderzoeken worden uitgevoerd in samenwerking met afstudeerstudenten, opdrachtgevers en opdrachtnemers, waardoor de theoretische analyse direct wordt getoetst aan de bouwpraktijk. Op deze wijze wordt het onderzoek naar de juridische inbedding van de instrumenten niet alleen theoretisch onderbouwd, maar vooral ook door de praktijk gevoed en in de praktijk gevalideerd.
Niet alleen raamwerk maar ook juridische operationalisering van instrumenten
Kortom, het OSAC onderzoek legt met dit eerste tussenresultaat de basis voor een nieuw juridisch perspectief op samenwerking: een perspectief dat theorie en praktijk verbindt, effectiviteit vergelijkbaar maakt en juridische kaders beziet in de complexe, multidimensionale werkelijkheid van bouwprojecten. Het onderzoek is exemplarisch voor de verbondenheid van het bouwrecht en de daarbinnen gehanteerde juridische kaders, met de praktijk van het bouwen in relatie met andere wetenschappelijke domeinen als de organisatiewetenschap, projectmanagement, psychologie en de systeemleer: het recht staat niet op zichzelf en ontwikkelt zich niet alleen binnen de juridische arena, maar staat en ontwikkelt zich temidden van de praktijk en andere wetenschappelijke disciplines.
Van fase 1 naar fase 2
De publicatie van het eerdergenoemde working paper markeert de overgang van het onderzoek van fase 1 naar fase 2. Fase 1 stond in het teken stond van het ontwikkelen van het raamwerk en had een projectmatig karakter. De huidige fase 2 krijgt – door de veelheid aan onderzoeken, instituten en betrokkenen – meer het karakter van een programma. De naam die het onderzoek in fase 1 had – ‘Deelproject Samenwerking’ (DPS) – is dan ook losgelaten. De nieuwe naam van is: Onderzoeksprogramma Samenwerkingsgericht Contracteren en Aanbesteden (OSAC).
Organisatie OSAC
Het onderzoek wordt geleid door een Kernteam.
Kernteam
Het Kernteam is verantwoordelijk voor de richting, de regie op het proces, de communicatie over het onderzoeksprogramma en de begeleiding van de deelonderzoeken die binnen het onderzoeksprogramma plaatsvinden. Het Kernteam wordt gevormd door:
- Evelien Bruggeman, hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft en Directeur van het Instituut voor Bouwrecht.
- Chris Jansen, Hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
- Malcolm Aalstein, Visiting Research Fellow bij het Instituut voor Bouwrecht.
- Jelle Koolwijk, onderzoeker en docent Ketensamenwerking en wendbare organisaties in de bouw bij de TU-Delft.
- Natasja van Wijk – van Gilst , Wetenschappelijk medewerker en redacteur bij het Instituut voor bouwrecht en secretaris van OSAC.
Expertgroep OSAC (nieuw op te richten)
Op dit moment wordt gewerkt aan het samenstellen van een expertgroep OSAC om de inhoudelijke inbedding en wisselwerking met de praktijk en de wetenschap te vergroten. Zodra hier meer bekend over is zal dat te vinden zijn op deze pagina.
Expertteam DPS (voltooid)
In de afgelopen fase 1 is het Kernteam ondersteund door een compact Expertteam met een aantal experts van direct bij het bouwproces betrokken partijen. Met de overgang naar fase 2 is het Experteam voltooid:
- Aslan Vos, Hoofd Juridische Zaken bij VolkerWessels Divisie Infrastructuur.
- Bas van den Berg, Senior Beleidsadviseur juridische zaken bij ProRail.
- Caroline Smits-Govaert, Senior adviseur contracten- en aanbestedingsrecht bij Rijkswaterstaat.
- Erik Segers, Contractmanager bij Dura Vermeer.
- Edwin Kaats, Partner en oprichter Common Eye, gespecialiseerd in samenwerking en alliantiemanagement.
- Anna Kapteijn, Phd-onderzoeker ‘Beheersing van het informatierisico bij geïntegreerde bouwcontracten’ bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
- Arent van Wassenaer, The Faithful Goose, gericht op de ontwikkeling van projecten en strategieën vanaf de vroege fasen tot realisatie.
Interessante links
Working paper
- Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)? Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen, Den Haag IBR 2025 (versie september 2025)
Artikelen
- Themanummer TBR, augustus 2021
- A.D. de Jonge, Naar een coherent en toekomstbestendig stelsel van juridisch-administratieve voorwaarden in de bouw: voorstel voor een routekaart, Verslag van het IBR congres gehouden op 22 september 2021 te Utrecht, TBR 2021/140
- C.E.C. Jansen, Herbezinning op de aanbesteding en realisatie van geïntegreerde bouwprojecten
- M.C. Aalstein & A.G.J. van Wassenaer, Een lans breken voor ‘Guiding Principles’. Een handreiking voor het voorkomen van geschillen, TBR 2022/38
- M.C. Aalstein, E.M. Bruggeman, N. van Wijk van Glist, Samenwerking in de bouw: het fundament van een juridisch kader voor effectief samenwerkingsgedrag, Groninger Civilistenblad, december 2025.
- M.C. Aalstein en N. van Wijk – van Gilst, ‘De aanleiding en de noodzaak van het onderzoek naar het juridisch operationaliseren van “samenwerking” in de bouw’ , TBR 2025/124.
Blogs
Malcolm Aalstein en Natasja van Wijk – van Gilst willen het onderzoek en het raamwerk in een serie van behapbare bijdragen toegankelijk maken voor het brede publiek. Zij hopen hiermee de discussie in de sector over het onderzoek en ook over de inrichting en effectiviteit van de instrumenten op gang te brengen. Op de website van het IBR (www.ibr.nl) zijn de diverse blogs te vinden:
- Voor blog 8: Samenwerking in de bouw: Omstandigheden van het instrument, klik hier.
- Voor blog 7: Samenwerking in de bouw: doelen van het instrument. De alfa en Omega van samenwerking, klik hier.
- Voor blog 6: Samenwerking in de bouw: het instrument. More than meets the eye, klik hier.
- Voor blog 5: Samenwerking in de bouw: overzicht van het raamwerk, Het raamwerk als basis voor systematisch en eenduidig onderzoek, klik hier.
- Voor blog 4: Resultaten van het eerste literatuuronderzoek van het Deelproject Samenwerking (DPS) – ‘Down the rabbithole’, klik hier.
- Voor blog 3: ‘Samenwerking in de bouw: Onderzoeksopzet Deelproject Samenwerking (DPS)’, klik hier.
- Voor blog 2: ‘Samenwerking in de bouw: wat is samenwerking? Over hoe een definitie het perspectief van het onderzoek kan bepalen’ klik hier.
- Voor blog 1: ‘De aanleiding en de noodzaak van het onderzoek naar het juridisch operationaliseren van “samenwerking” in de bouw’ klik hier.
Meer weten of een bijdrage leveren?
Als je meer wil weten over OSAC, een vraag, suggestie hebt of een bijdrage wil leveren, meld je bij Natasja van Wijk – van Gilst (nvanwijk@ibr.nl) of Malcolm Aalstein (mcaalstein@ibr.nl).
- Voorheen bekend onder de naam: Deelproject Samenwerking (DPS). ↩︎
- OSAC is een van de drie onderzoeksprogramma’s van het onderzoekskader ‘Een coherent en toekomstbestendig stelsel van aanbestedings- en juridisch-administratieve kaders voor de bouw’. Zie over dit onderzoekskader <www.ibr.nl/deelproject-i-het-juridisch-vormgeven-van-samenwerking-in-de-aanbestedings-en-contractfase-2/> en A.E. Chatzakis, ‘Het juridisch vormgeven van samenwerking in de aanbestedings- en contractfase. Verslag van het IBR-congres gehouden op 1 april 2022 te Utrecht’, TBR 2022/66, p. 444-457. ↩︎
- Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)? Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen, Den Haag IBR 2025 (versie september 2025), hierna: working paper. Zie ook par. 1.3 working paper. Gratis te downloaden via: https://ibr.nl/samenwerking-in-de-bouw-juridisch-operationaliseren-wat-werkt-niet/. Deze working paper wordt door Malcolm Aalstein en Natasja van Wijk -van Gilst nader toegelicht in een gastcolumn en een serie blogs (zie TBR 2025/124 en www.ibr.nl), delen van dit artikel zijn afkomstig uit de working paper, de gastcolumn en de blogs. ↩︎
- Deze tekst is deels afkomstig uit M.C. Aalstein, E.M. Bruggeman, N. van Wijk van Glist, Samenwerking in de bouw: het fundament van een juridisch kader voor effectief samenwerkingsgedrag, Groninger Civilistenblad, december 2025. ↩︎
