De Didam-I en Didam-II arresten blijven de gemoederen bezig houden

Het is alweer enige tijd geleden dat de Hoge Raad arrest wees in het inmiddels befaamde (of beruchte?) ‘Didam-arrest’ (Hoge Raad 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778). Inmiddels heeft de Hoge Raad ook arrest gewezen in de bodemprocedure (Hoge Raad 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661).

Datum: 11 februari 2025

Didam I – arrest

In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat een overheidslichaam bij grondverkoop gehouden is gelijke kansen te bieden, bij de verwachting dat er meerdere gegadigden zullen zijn. In het arrest kwamen, kort samengevat, in relatie tot de casus Didam de volgende drie vragen aan de orde:

  • Had de verkoop moeten worden aanbesteed?
  • Is aan de kopers (ongeoorloofde) staatsteun verleend?
  • Is de verkoop in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel?

Dit arrest heeft gevolgen voor de in Nederland gebruikelijke praktijk dat gemeenten hun gronden ofwel via een selectieprocedure verkochten aan de marktpartij met de beste aanbieding, dan wel één-op-één vervreemdden aan een marktpartij. De vraag die de gemoederen sindsdien bezig houdt is: wat zijn de gevolgen van het Didam-arrest voor de praktijk? Zijn de gevolgen groot of zijn de gevolgen te overzien? Kortom: wat is de reikwijdte van het Didam-arrest?

Didam II – arrest

In dit arrest wordt onder meer de belangrijke vraag naar rechtsgevolgen behandeld. De Hoge Raad concludeert met betrekking tot overtreding van de Didam-regels in relatie tot het bepaalde in artikel 3:40 BW dat een dergelijke overtreding, ongeacht of deze voor of na het eerste Didam-arrest heeft plaatsgevonden, de rechtsgeldigheid van gesloten overeenkomsten niet aantast. Dat is voor de praktijk van vastgoed- en gebiedsontwikkeling uitermate goed nieuws, met name voor markpartijen die afspraken hebben gemaakt met gemeenten over de vervreemding van verwerving van onroerende zaken. Deze partijen weten nu dat deze afspraken niet omwille van overtreding van de Didam-regels in rechte kunnen worden aangetast, aldus A.G. Bregman.

Meer weten?

Uiteraard besteedt het IBR regelmatig aandacht aan dit arrest, niet alleen vinden met enige regelmaat onderwijsbijeenkomsten plaats over (de implicaties van) dit arrest, ook wordt er regelmatig over gepubliceerd in het Tijdschrift voor Bouwrecht en andere publicaties van het IBR.

IBR publicaties over Didam

Jurisprudentie

Het IBR houdt wekelijks de jurisprudentie in de gaten. Verschenen uitspraken worden in verkorte vorm in IBR Tracker geplaatst onder het kopje: ‘Gebiedsontwikkeling’.

Gerelateerde blogs

Gerelateerde opleidingen

Gerelateerde publicaties