Privaatrecht
Publiekrecht
Lopend 2026

De rol van de kwaliteitsborger binnen het stelsel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Juridische en praktische aspecten

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht geworden. Deze wet heeft als doel de bouwkwaliteit te verbeteren door de invoering van private kwaliteitsborging. Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat het nieuwe stelsel gedurende drie jaar wordt gemonitord en daarna geëvalueerd.

Inmiddels zijn diverse onderzoeken gestart, waaronder een driejarig onderzoek van het Instituut voor Bouwrecht (IBR) naar de evaluatie van jurisprudentie rondom de Wkb.

In de huidige onderzoeksagenda ontbreekt echter expliciete aandacht voor de rol en positie van de kwaliteitsborger, terwijl deze figuur cruciaal is voor het functioneren van het stelsel.

Centrale rol

De kwaliteitsborger vervult binnen de Wkb een centrale rol: hij borgt dat zowel tijdens de bouw als bij oplevering wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften, conform de werkwijze van een toegelaten instrument. Zijn verklaring bij de gereedmelding vormt een noodzakelijke voorwaarde voor ingebruikname van het bouwwerk.

Ondanks dit belang bestaat er nog onvoldoende inzicht in de juridische positie, verantwoordelijkheden en onderlinge afhankelijkheden van de kwaliteitsborger binnen het stelsel. Met name ontbreekt duidelijkheid over de contractuele relaties en afspraken tussen de kwaliteitsborger, opdrachtgever, aannemer, directievoerder en instrumentaanbieder. Juist deze relaties zijn bepalend voor de feitelijke onafhankelijkheid, de informatie-uitwisseling, de administratieve lasten voor betrokken partijen en de verdeling van aansprakelijkheid.

Doelstelling en centrale onderzoeksvraag

Het onderzoek heeft tot doel het systematisch in kaart brengen van de juridische en praktische positie van de kwaliteitsborger binnen het Wkb-stelsel. Daarbij is er in het bijzonder aandacht voor:

  • de contractuele relaties waarin de borger opereert;
  • de mate van feitelijke en juridische onafhankelijkheid;
  • de informatieplichten jegens betrokken partijen; en
  • de verhouding tot de instrumentaanbieder.

De resultaten kunnen worden benut bij de evaluatie van de Wkb en bij eventuele aanpassingen van regelgeving of praktijkrichtlijnen.

Dit leidt tot de volgende centrale onderzoeksvraag: Hoe is de rol van de kwaliteitsborger binnen het stelsel van de Wet kwaliteitsborging in zowel juridische als praktische zin, vormgegeven?

Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en is op 1 maart 2026 van start gegaan. Het onderzoek zal ongeveer één jaar in beslag nemen. De resultaten volgen kort na het einde van de onderzoeksperiode.

Onderzoekers

Gerelateerde publicaties

Gerelateerde opleidingen