Samenwerking in de bouw: Onderzoeksopzet Deelproject Samenwerking (DPS)

Datum bericht: 18 november 2025

Deze blog is de derde in een serie van blogs die recent werd aangekondigd in het Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR). Malcolm Aalstein en Natasja van Wijk – van Gilst1 maken in deze serie de opzet het tussenresultaat van het DPS-onderzoeksprogramma toegankelijk voor het brede publiek. In deze blog gaan zij in op de onderzoeksopzet van het Deelproject samenwerking (DPS).

Deelproject Samenwerking

De bouwsector is op zoek naar manieren om de samenwerking tussen de betrokken actoren te versterken. Maar welke instrumenten zijn effectief in het bevorderen van samenwerking? Hoe zijn deze instrumenten juridisch in te bedden? En ook, wanneer is feitelijk sprake van een effectieve samenwerking?

Deze vragen noopte het Instituut voor Bouwrecht (IBR) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) tot een onderzoek naar de juridische operationalisering van op samenwerking gericht gedrag in de bouw (hierna: DPS).2

Onlangs is het eerste tussenresultaat van dit deelonderzoek verschenen: een working paper waarin een raamwerk wordt gepresenteerd waarmee instrumenten die gericht zijn op het bevorderen van ‘op samenwerking gericht gedrag’ op een systematische, consistente en eenduidige wijze kunnen worden geanalyseerd.3

De derde in een serie

Malcolm Aalstein en Natasja van Wijk willen het onderzoek en het raamwerk in een serie van behapbare bijdragen toegankelijk maken voor het brede publiek. Zij hopen hiermee de discussie in de sector over het onderzoek en ook over de inrichting en effectiviteit van de instrumenten op gang te brengen.

In deze derde bijdrage geven zij een korte introductie op de inrichting en methoden van het DPS onderzoek.

Het DPS-onderzoek in vijf fasen: van oriëntatie tot praktijk

Het doel van DPS is niet om zelf nieuwe samenwerkingsinstrumenten te ontwikkelen, maar om te kijken welke bestaande instrumenten werken, wanneer ze werken en waarom ze werken. Op basis daarvan worden suggesties gedaan om de juridische implementatie van deze instrumenten te verbeteren en de juridische kaders beter te laten aansluiten op de huidige en toekomstige ontwikkelingen en behoeften in de Nederlandse bouwsector.4

DPS wordt uitgevoerd in vijf opeenvolgende en deels parallel lopende fasen.5 Elke fase draagt bij aan een beter begrip van hoe juridische instrumenten samenwerking binnen bouwprojecten kunnen bevorderen. Hieronder lichten we de opzet van het onderzoek toe.

Grafiek met weergave van de DPS opzet

Fase 1 – Oriëntatie

In de eerste fase is het onderzoeksplan opgesteld en gevalideerd. Ook is de organisatie van de onderzoeksomgeving ingericht, zodat een solide basis voor het verdere traject kon worden gelegd. Daarnaast is een eerste verkennend literatuuronderzoek uitgevoerd om de belangrijkste thema’s en vraagstukken te identificeren.

Fase 2 – Fundering

Op basis van de inzichten uit de literatuur is een eerste versie van het onderzoeksraamwerk ontwikkeld. Met het raamwerk kan de wijze waarop een instrument is ingericht en juridisch is geoperationaliseerd systematisch en consistent beschreven worden, de aspecten die bijdragen aan het effectief functioneren worden geanalyseerd en ook op effectiviteit worden beoordeeld. Het raamwerk is gepubliceerd in de working paper.

Fase 3 – Inventarisatie

Met de publicatie van het working paper is fase 2 afgerond en start fase 3. In deze fase worden juridische instrumenten die samenwerking binnen bouwprojecten kunnen beïnvloeden, in kaart gebracht. De geïnventariseerde instrumenten worden gecategoriseerd naar hun mate van volwassenheid en vermoedelijke effectiviteit.
De instrumenten met het meest significante verwachte effect worden nader geanalyseerd met behulp van het onderzoeksraamwerk. Dit resulteert in een longlist met een eerste, globale beschrijving van elk instrument, de doelen die het dient en het vermoedelijke effect daarvan.

Fase 4 – Instrumenten

In de vierde fase wordt de in fase 3 gevonden set van veelbelovende instrumenten nader bestudeerd. Daarbij wordt gekeken naar hun juridische verankering, doelstellingen, verwachte effecten en de condities die bepalend zijn voor een succesvolle toepassing. Het doel is om te komen tot een diepgaander inzicht in ontbrekende informatie, en in de effectiviteit en de verbeterkansen voor de wijze waarop deze instrumenten juridisch kunnen worden geoperationaliseerd.

Fase 5 – Praktijk

De laatste fase richt zich op de toepassing in de praktijk. Een selectie van instrumenten wordt getest binnen Nederlandse bouwprojecten. Deze praktijkonderzoeken worden grotendeels uitgevoerd door afstudeerstudenten, in samenwerking met opdrachtgevers en opdrachtnemers. Op die manier wordt de theorie direct getoetst aan de realiteit van de bouwpraktijk.

Onderzoeksteam

Het onderzoeksteam wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team dat bestaat uit een Kernteam – en in fasen 1 en 2 – aangevuld met een Expertteam. Het Kernteam is verantwoordelijk voor de richting en uitvoering van het onderzoek en de (eind)redactie van de producten, waaronder het working paper. Het Kernteam wordt gevormd door:

  • Evelien Bruggeman, hoogleraar Bouwrecht aan de TU Delft en Directeur van het Instituut voor Bouwrecht.
  • Chris Jansen, hoogleraar Privaatrecht en director van het Centre for Public Contract Law & Governance aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Malcolm Aalstein, Visiting Research Fellow bij het Instituut voor Bouwrecht.
  • Jelle Koolwijk, onderzoeker en docent Ketensamenwerking en wendbare organisaties in de bouw aan de TU-Delft.
  • Stijn Wouda, Wetenschappelijk Medewerker Privaatrecht bij het Instituut voor Bouwrecht.

Het Expertteam is een compacte groep van zeven gezaghebbende deskundigen van opdrachtgevers, aannemers, adviseurs en wetenschap, die het Kernteam op persoonlijke titel adviseert. Het Expertteam is het klankbord voor het Kernteam en reflecteert op haar (tussen)producten:

  • Aslan Vos, Directeur Juridische Zaken bij Van Gelder Groep.
  • Bas van den Berg, Alliantiemanager bij ProRail.
  • Caroline Smits-Govaert, Senior adviseur contracten- en aanbestedingsrecht bij Rijkswaterstaat.
  • Erik Segers, Contractmanager bij Dura Vermeer.
  • Edwin Kaats, Partner Common Eye, gespecialiseerd in samenwerking en alliantiemanagement.
  • Anna Kapteijn, Phd-onderzoeker ‘Beheersing van het informatierisico bij geïntegreerde bouwcontracten’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
  • Arent van Wassenaer, The Faithful Goose – Consultancy for successful projects.

Onderzoek en raamwerk toegankelijk gemaakt

In deze en de voorgaande bijdrage en gastcolumn6 hebben we kort de aanleiding, achtergrond en het nut beschreven van het onlangs verschenen working paper ‘Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)?’. Daarnaast zijn we ingegaan op de vraag: wat is samenwerking?7

In hierna volgende bijdragen praten we u graag bij over het resultaat van het onderzoek (waaronder het nut en de werking van het raamwerk, de onderdelen van het raamwerk) en ‘de bijvangst’ – een aantal bijzondere inzichten die we gaandeweg hebben opgedaan. We hopen hiermee de discussie in de sector op gang te brengen over het onderzoek en over juridische inbedding van \instrumenten die op samenwerking gericht gedrag bevorderen.

Voor blog 2: ‘Samenwerking in de bouw: wat is samenwerking? Over hoe een definitie het perspectief van het onderzoek kan bepalen’ klik hier.

Voor blog 1: ‘De aanleiding en de noodzaak van het onderzoek naar het juridisch operationaliseren van “samenwerking” in de bouw’ klik hier.


Voetnoten

  1. Malcolm Aalstein is visiting research fellow bij het Instituut voor Bouwrecht, werkzaam bij de gemeente Amsterdam als adviseur Markt & inkoop en als onafhankelijke zelfstandige werkzaam in conflictmanagement en mediation in de bouw. Natasja van Wijk – van Gilst is wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor Bouwrecht.  ↩︎
  2. Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)? Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen’, Den Haag Instituut voor Bouwrecht 2025 (versie september 2025), hierna: working paper.  Zie ook par. 1.3 working paper.
    Zie over dit onderzoeksproject par. 1.3 en par. 2.2 working paper. Zie ook https://www.ibr.nl/onderzoekskader-een-coherent-en-toekomstbestendig-stelsel-van-aanbestedings-en-juridisch-administratieve-kaders-voor-de-bouw/ ↩︎
  3. ‘Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)?
    Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen’, Den Haag Instituut voor Bouwrecht 2025 (versie september 2025), hierna: working paper. ↩︎
  4. Zie par. 2.2.6 working paper. ↩︎
  5. Zie bijlage A working paper. ↩︎
  6. Voor de gastcolumn ‘De aanleiding en de noodzaak van het onderzoek naar het juridisch operationaliseren van “samenwerking” in de bouw’ klik hier↩︎
  7. Voor de blog ‘Samenwerking in de bouw: wat is samenwerking? Over hoe een definitie het perspectief van het onderzoek kan bepalen, klik hier. ↩︎

Gerelateerde blogs

Gerelateerde opleidingen

Gerelateerde publicaties