Samenwerking in de bouw: Doelen van het instrument

Datum bericht: 28 januari 2026

de Alfa en Omega van Samenwerking

Deze blog is de zevende in een serie van blogs die recent werd aangekondigd in het Tijdschrift voor Bouwrecht (TBR). Malcolm Aalstein en Natasja van Wijk – van Gilst1 maken in deze serie de opzet het tussenresultaat van het DPS-onderzoeksprogramma toegankelijk voor het brede publiek. In deze blog bieden zij een eerste overzicht op een deel van ‘het raamwerk’, dat in het working paper is beschreven (het eerste tussenresultaat van het DPS-onderzoek).

Deelproject Samenwerking (DPS)

De bouwsector is op zoek naar manieren om de samenwerking tussen de betrokken actoren te versterken. Maar welke instrumenten zijn effectief in het bevorderen van samenwerking? Hoe zijn deze instrumenten juridisch in te bedden? En ook, wanneer is feitelijk sprake van een effectieve samenwerking?

Deze vragen noopte het Instituut voor Bouwrecht (IBR) en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) tot een onderzoek naar de juridische operationalisering van op samenwerking gericht gedrag in de bouw (hierna: DPS).2

Onlangs is het eerste tussenresultaat van dit deelonderzoek verschenen: een working paper waarin een raamwerk wordt gepresenteerd waarmee instrumenten die gericht zijn op het bevorderen van ‘op samenwerking gericht gedrag’ op een systematische, consistente en eenduidige wijze kunnen worden geanalyseerd.3

De zevende in een serie

Malcolm Aalstein en Natasja van Wijk willen het onderzoek en het raamwerk in een serie van behapbare bijdragen toegankelijk maken voor het brede publiek. Zij hopen hiermee de discussie in de sector over het onderzoek en ook over de inrichting en effectiviteit van de instrumenten op gang te brengen.

Het 2e hoofdonderdeel: de doelen van het Instrument4

Het raamwerk bestaat uit drie hoofdonderdelen; het instrument, de doelen en de omstandigheden van het instrument.

Het onderdeel ‘instrument’ vormt het hart van het onderzoeksraamwerk en wordt in blog zes beschreven. In deze blog gaan wij in op het tweede analytische onderdeel van het onderzoeksraamwerk: de doelen van het instrument.5

Een belangrijk uitgangspunt van DPS is dat actoren de samenwerking niet aangaan om het samenwerken zelf. Zij doen dat om doelen te realiseren die de actoren niet, dan wel moeilijk zelfstandig kunnen realiseren. Daarom is het bij het ontwerpen, inzetten en evalueren van een instrument cruciaal om steeds scherp te hebben welke doelen het instrument moet helpen realiseren. Zodat steeds het juiste instrument gekozen kan worden, dit instrument passend kan worden ingericht, de effectiviteit kan worden gemeten en het instrument desgewenst gaandeweg kan worden bijgesteld.

Hierbij is een diepgaand inzicht in verschillende eigenschappen van doelen binnen deze context essentieel.

De doelen vormen daarnaast het ijkpunt voor het toetsen van de effectiviteit: draagt het instrument daadwerkelijk bij aan wat de actoren willen bereiken?

Actorniveaus en karakteristieken

Dit tweede hoofonderdeel van het raamwerk biedt een basis voor een genuanceerde en effectieve analyse van de niveaus waarop de doelen ingrijpen en de karakteristieken van deze doelen.

Het aspect ‘actorniveaus’ gaat in op de verschillende actoren die bij het samenwerkingsverband betrokken zijn – en het niveau waarop deze actoren opereren; individuele medewerker, team, projectorganisatie, moederorganisatie enz. Elke actor kan op elk niveau weer andere doelen nastreven, een ander gewicht aan doelen toekennen of de mate waarin aan de doelen wordt voldaan anders beoordelen. Het inzicht dat elk instrument steeds op een specifiek actorniveau ingrijpt is daarom belangrijk. Tegelijkertijd kan het instrument op elk actorniveau een ander effect hebben. Het is beter als een instrument op alle actorniveaus integreert.

In de door ons aangetroffen literatuur blijkt echter er meestal slechts vanuit één of twee actorperspectieven naar instrumenten wordt gekeken. Het raamwerk geeft invulling aan dit ‘analytische gat’.

Figuur 1. Voorbeeld van actorniveaus

Figuur 1. Voorbeeld van actorniveaus

Karakteristieken van doelen. Daarnaast is belangrijk te onderkennen dat doelen verschillende karakteristieken hebben:

  • Resultaat – Gedrag: Instrumenten kunnen gericht zijn op het behalen van doelen die in een direct verband staan met het resultaat dat de actoren binnen het samenwerkingsverband nastreven. Maar instrumenten kunnen ook worden aangewend om het op samenwerking gericht gedrag van de actoren zelf te bevorderen: in dat geval worden doelen nagestreefd die ondersteunend zijn aan de eerstgenoemde doelen.
  • Gezamenlijk – Individueel: De actoren in een samenwerkingsverband hebben doelen die zij gezamenlijk nastreven en waarbij zij er allen belang bij hebben dat deze doelen worden gerealiseerd. Daarnaast streeft elke actor ook individuele doelen na. Hoewel individuele doelen niet per se strijdig hoeven te zijn met de doelen van de andere actoren, kunnen zij de effectiviteit van het samenwerkingsverband ondermijnen als zij niet op de juiste manier in het samenwerkingsverband worden ingebed en nagestreefd.
  • Expliciet – Impliciet: Sommige doelen worden expliciet gemaakt binnen een samenwerkingsverband. Tegelijkertijd kunnen er binnen dat samenwerkingsverband doelen spelen die niet expliciet worden uitgesproken. Deze onuitgesproken of verborgen doelen zijn wel van invloed op het samenwerkingsverband.
  • Variatie in actorbelang: Een relevant aspect bij het analyseren van de werking en effectiviteit van instrumenten is dat elke actor een andere waarde kan hechten aan de nagestreefde doelen. Deze variatie in actorbelang is onvermijdelijk van invloed op de prioriteiten en gedrag van elke actor op deze doelen en uiteindelijk de werking en het succes van de instrumenten.
  • Dynamisch aspect: Doelen geven richting en bieden houvast. Maar dat betekent overigens niet dat doelen altijd vaststaan. In de praktijk kunnen ze gaandeweg veranderen door nieuwe inzichten of omstandigheden – of zelfs onrealistisch blijken. Het veranderen heeft gevolgen voor de effectiviteit van een instrument en de mate waarin het instrument nog actueel of passend is.
  • Ketens van doelen: Veel instrumenten dragen niet rechtstreeks bij aan de hoofddoelen van het samenwerkingsverband, maar aan ondersteunende doelen of zogenoemde ‘tussendoelen’. Het tot stand brengen van meerdere tussendoelen draagt vervolgens bij aan de realisatie van hoofdoelen. Deze tussendoelen en hoofddoelen vormen samen ‘ketens van doelen’.

Om keuze en inrichting van het instrument te ondersteunen, en op de effectiviteit van instrumenten goed te kunnen analyseren, is het zinvol om de verschillende eigenschappen van doelen te kunnen doorgronden. Die differentiatie helpt om beter te begrijpen wat een instrument precies moet bijdragen — en of het dat in de praktijk ook doet.

Onderzoek en raamwerk toegankelijk gemaakt

In deze en de voorgaande bijdrage en gastcolumn6 hebben we kort de aanleiding, achtergrond en het nut beschreven van het onlangs verschenen working paper ‘Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)?’. Daarnaast zijn we ingegaan op de vraag: wat is samenwerking? en hebben we de onderzoeksopzet kort toegelicht. Ook is het eerste verkennende literatuuronderzoek besproken en het raamwerk en eerste onderdeel daarvan (het instrument).

In hierna volgende bijdragen praten we u graag bij over het resultaat van het onderzoek (waaronder het nut en de werking van het raamwerk, de onderdelen van het raamwerk) en ‘de bijvangst’ – een aantal bijzondere inzichten die we gaandeweg hebben opgedaan.


Voor blog 6: Samenwerking in de bouw: het instrument. More than meets the eye, klik hier.

Voor blog 5: Samenwerking in de bouw: overzicht van het raamwerk, Het raamwerk als basis voor systematisch en eenduidig onderzoek, klik hier.

Voor blog 4: Resultaten van het eerste literatuuronderzoek van het Deelproject Samenwerking (DPS) – ‘Down the rabbithole’, klik hier.

Voor blog 3: ‘Samenwerking in de bouw: Onderzoeksopzet Deelproject Samenwerking (DPS)’, klik hier.

Voor blog 2: ‘Samenwerking in de bouw: wat is samenwerking? Over hoe een definitie het perspectief van het onderzoek kan bepalen’ klik hier.

Voor blog 1: ‘De aanleiding en de noodzaak van het onderzoek naar het juridisch operationaliseren van “samenwerking” in de bouw’ klik hier.


Voetnoten

  1. Malcolm Aalstein is visiting research fellow bij het Instituut voor Bouwrecht, werkzaam bij de gemeente Amsterdam als adviseur Markt & inkoop en als onafhankelijke zelfstandige werkzaam in conflictmanagement en mediation in de bouw. Natasja van Wijk – van Gilst is wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor Bouwrecht.  ↩︎
  2. ‘Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)? Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen’, Den Haag Instituut voor Bouwrecht 2025 (versie september 2025), hierna: working paper.  Zie ook par. 1.3 working paper.
    Zie voor meer informatie: https://www.ibr.nl/onderzoekskader-een-coherent-en-toekomstbestendig-stelsel-van-aanbestedings-en-juridisch-administratieve-kaders-voor-de-bouw/. ↩︎
  3. ‘Samenwerking in de bouw juridisch operationaliseren: wat werkt (niet)?
    Een raamwerk voor onderzoek naar de werking en effectiviteit van juridisch geoperationaliseerde instrumenten die op samenwerking gericht gedrag van actoren bij een bouwproces zouden kunnen bevorderen’, Den Haag Instituut voor Bouwrecht 2025 (versie september 2025), hierna: working paper. ↩︎
  4. Zie voor een meer uitgebreide beschrijving en duiding par. 3.2. working paper en de bronnen die daar worden genoemd. ↩︎
  5. Voor meer informatie over het raamwerk zie blog 5. ↩︎
  6. Voor de gastcolumn ‘De aanleiding en de noodzaak van het onderzoek naar het juridisch operationaliseren van “samenwerking” in de bouw’ klik hier. ↩︎

Gerelateerde blogs

Gerelateerde opleidingen

Gerelateerde publicaties